MIJN DEBUUTROMAN
Na jaren zwoegen bedacht ik in juli 2011 dat het tijd was mijn manuscript naar wat uitgevers te sturen. Men had me verteld dat je 'mensen in het wereldje' moest kennen om een kans te maken. Ieder uitgevershuis zou tot de nok toe gevuld zijn met horrorstapels manuscripten, die hoogstens een paar seconden lang werden bekeken om in de prullenbak te verdwijnen - en zelfs dan groeiden de stapels sneller dan ze slonken. Ik vroeg al mijn vrienden of ze niet vrienden hadden die eventueel kennissen hadden die iets met iemand van een uitgeverij te maken hadden, maar zonder resultaat. Er zat niets anders op dan mijn manuscript aan de horrorstapels toe te voegen, in de hoop dat de redacteur in de paar seconden waarin hij het zou bekijken iets bijzonders op zou vallen. Ik printte het manuscript, schreef brieven, een proposal, plakte postzegels op grote enveloppen, en duwde ze in de brievenbus.
Een week later kreeg ik een mailtje van een redactrice van een grote uitgeverij. 'Ik heb je manuscript met veel genoegen gelezen en wil graag een afspraak maken om over een eventuele publicatie te spreken.' In dezelfde week volgden nog twee uitgevers. Op 23 augustus 2012 zag mijn boek, M., het daglicht. Ik heb de allerfijnste uitgeverij gevonden, Uitgeverij Podium, en ik word begeleid door Harminke Medendorp, de beste redactrice van het land. Ze bestaan, die slushpiles. Maar de wonderen ook.